Werken met liefdes energie. Zingen.
‘Ik wou dat ik ook eens een keer vrijuit kon huilen’, meldde hij. ‘Ik heb meer dan genoeg verdriet, maar ik krijg er geen traan uit’. ‘Denk je dat nog harder wringen zou helpen?’, vroeg de begeleider. De man keek…
‘Ik wou dat ik ook eens een keer vrijuit kon huilen’, meldde hij. ‘Ik heb meer dan genoeg verdriet, maar ik krijg er geen traan uit’. ‘Denk je dat nog harder wringen zou helpen?’, vroeg de begeleider. De man keek…
Ze meldt zich aan voor persoonlijk werk. ‘Wat wil je doen?’, vraagt de begeleider. ‘Ik werd misselijk bij de vorige oefening en ik wil weten wat er is gebeurd’, zegt ze. De vorige oefening was een intense oefening waarbij de…
Ze zitten tegenover elkaar. Een echtpaar. Ze zeggen dat ze van elkaar houden. Hij heeft een goede baan in Nederland, zij kan een prachtige baan in het buitenland krijgen. De keuze lijkt of het een of het ander te zijn…
De vrouw meldde zich aan met de volgende woorden: ‘Gisteren toen je met de kleine groep aan het werk was, ben ik eruit gestapt en gaan zitten. Voor mij was dat wel goed, maar ik weet niet of dat akkoord…
‘Ik ben het zo zat. Mijn beroep is 24 uur per dag lief zijn’. Ze zuchtte diep. ‘Mijn man brengt het geld binnen, ik regel de zaken thuis. Lief voor mijn man, lief voor mijn kinderen. We hebben het goed…
Tijdens de lunch zaten ze gezellig met elkaar te babbelen. Het luchtige gesprek kreeg ongemerkt een ernstiger klank. ‘Wij aarzelen over kinderen’, vertelde zij. ‘Mijn supervisor drong erop aan . Ze heeft zelf geen kinderen en vertelde hoeveel spijt ze…
‘Liefde en boosheid horen bij elkaar? Zonder boosheid geen liefde en zonder liefde geen boosheid? Ik ben vaak zo vreselijk boos op mezelf. Ik heb geen ruimte meer voor liefde’. Daar zit ze tegenover de begeleider, opgesloten in haar eigen…
Ervaar maar eens wat grenzen zijn: ruimtelijk, lichamelijk en spiritueel. Een deelnemer( A) staat op zij naast de ander(B). Hij houdt zijn hand op zo groot mogelijke afstand van het gezicht van B. Heel langzaam beweegt die hand in de…
‘Ik ben thuisgekomen’. Ze zat op het puntje van haar stoel. De ellebogen steunend op haar knieën, de handen open voor zich. Ze sprak eerder tot zichzelf dan tegen de kring. ‘Ik heb nu een fijne man, ik kan eindelijk…
Daar zaten ze tegenover elkaar: man en vrouw. Ze bespraken een ruzie over het aansteken van de open haard. Hij deed het fout, vertelde ze hem. Hij, beledigd, protesteerde. Zij, beledigd door het protest, reageerde. ‘Daar houd ik van’, meende…