De eerste dag van de workshop viel ze op door niet op te vallen. Zwaar, massief, een bunker zonder entree…
Geheime liefde

De man stak zijn hand op.’ Wat wil je doen?’, vroeg de begeleider. Er volgde een verhaal over een ziekte die geen ziekte lijkt zolang je maar aangesloten bent op het pompje dat de insuline naar je lijf brengt en het steeds zo afgesteld is dat je binnen de marges blijft. Leven met een tijdbom die je iedere keer moet controleren om te voorkomen dat hij afgaat. Een spionagefilm zonder reddende helden.
‘Ik ben het zo vreselijk zat’, vertelde de man. De tranen sprongen hem in de ogen. ‘Kom maar naar voren’, vroeg de begeleider en ze stapten naar elkaar tot in het midden van de kring deelnemers. De arena van liefdesworsteling in alle kleuren. ‘Mag ik het eens zien?’, vroeg de begeleider. De man tilde zijn t-shirt op en aan de zijkant van zijn lijf zat de glucose meter terwijl hij in zijn hand het mobieltje hield voor controle en het afstellen van het pompje. Een wonder van techniek. Alles zo kleingehouden om het praktisch hanteerbaar te houden. Alles zo groot om je leven in zijn greep te krijgen. ‘Wie wil er even helpen?’, vroeg de begeleider. Een deelneemster kwam naar voren. Verpleegkundigen zijn altijd handig in een groep. ‘Leg je hand eens op dat schijfje’, vroeg de begeleider. ‘Niet er op, maar met je vingers er omheen. Zodat hij het pompje kan ervaren als het middelpunt van je hand’. Het midden van de binnenkant van je hand, het secundaire zendstation van je hartsenergie. De vrouw plaatste haar hand zoals de begeleider had geïnstrueerd. Haar andere hand kwam op de schouder van de begeleider te liggen. Zo stond ze schuin achter hem, dicht tegen hem aan. ‘Doe je ogen maar eens dicht’’ suggereerde de begeleider. ‘Blijf rustig staan, goed geaard, en laat maak komen wat komt. Als het binnenwerk gedaan moet worden kan de begeleider beter zijn mond maar houden. Daar stond de man, even stil, maar daar kwamen de tranen tot stromen. Geen diep verdriet, maar stille triestheid. De tijd verstreek.
Eigenlijk al heel snel, sneller dan de begeleider had verwacht, leek de treurnis af te nemen en langzaam kwam er een glimlach op het gelaat van de man, die doorzette in een geluks ervaring. ‘Doe je ogen maar weer open’, zei de begeleider uiteindelijk. ‘Praat me maar eens even bij’. ‘Dat is wonderlijk’, zei de man meer tegen zichzelf dat tegen de begeleider. ‘Zij is een vriendin’, zei hij terwijl hij naar het pompje wees. ’Ze gaat altijd met me mee. Zij is trouw. Ze houdt me in de gaten. Ze waakt over me’. ‘Dit is heel verbazend. Voor het eerst ervaar ik zorg in plaats van controle. Het is nabijheid zonder dwang. Ik voel me vrij. Ik heb me steeds een gevangene van mijn ziekte gevoeld’. ‘Volgens mij zijn we klaar’, meende de begeleider. De man knikte. ‘Bedank deze dame maar’, wees de begeleider. ‘Zij is tenslotte een mooi symbool voor de innerlijke vriendin die je vanaf nu bij je draagt’.
‘Wat heb je nu precies gedaan?’, vroeg een deelnemer in de nabespreking. ‘Herdefiniëren’, reageerde de begeleider. ‘De onlust wordt gekoppeld aan eerdere ervaringen. Zo worden de eerdere ervaringen voortdurend bekrachtigd. Met een andere koppeling aan een plezieriger ervaring wordt het leven een stuk plezieriger’. ‘Dat lijkt me niet zo lastig ‘, dacht een van de andere deelnemers. ‘Het is heel makkelijk’, bevestigde de begeleider. ‘Maar toch is het ook heel veeleisend’. ‘Hoezo?’, was de volgende vraag. ‘Je moet je zo kunnen inleven in de binnenwereld van de ander dat je durft te weten wat de behoefte is. Dat luistert heel precies. Als je daarin een fout maakt krijg je een verkeerd verbonden signaal. Voor je het weet moet je dan veel langer werken dan nodig is.

